GESPIEGELDE INDRUK


Er bestaan actieve en inactieve bunkers.
Inactieve bunkers zijn bunkers waarop je vroeger boomhutten bouwde. Die staan verlaten en beschoten in een weilandje van de boer. De boer is op reis gegaan, naar de grote stad, op zoek naar nog meer inactieve bunkers, en tot zijn grote verbazing, ontdekt hij een actieve bunker. Niet zoals die eenzame beschoten blokjes op zijn veldje, maar onopgemerkt. Dat wil zeggen, ze zijn niet meer zichtbaar, de actieve bunkers. De broer van boer werkte namelijk als chirurg der hersenletsels in Het Academisch Medisch Centrum. Daar boorde hij gaatjes in hoofden en zette er een zilveren koepel op. Lesies enzo. Welnu, bij een rondleiding heeft de broer per ongeluk verklapt dat er een spiegelruimte was. Boer dacht in eerste instantie dat dit te maken had met het fenomeen kinderafdeling, vermaak, lachspiegels en cliniclowns, maar later begreep hij dat het van doen had met een GEspiegelde ruimte, niet alleen een ruimte, maar het hele ziekenhuis. Dus dan weet je als chirurg van hersenletses precies waar je wezen moet in tijden van atoomoorlogen. Want actieve bunkers heten tegenwoordig atoomkelders. Dit vanwege technologische ontwikkelingen.

In zo’n gespiegelde ruimte bevindt zich alles op precies dezelfde plek als boven de grond, alleen dan aan precies de andere kant. Op zich is dit heel verwarrend. Tanden flossen in de spiegel kan soms een verbazend misgrijpen veroorzaken. Dat komt door onze auomatische hersenen. Zo kunnen de chirurgen ook verbazend verdwalen in het gespiegelde Academisch Medisch Centrum. Want zelfs chirurgen hebben soms last van automatische hersenen.
Dus nam broer de boer mee op een tour. Zo liepen ze tussen de ijzeren veldbedjes met nummers door. De broer dacht met boer naar de uitgang Westzijde te lopen, en natuurlijk, dit was de Oostzijde. Boer vond dit een grote wantoestand en heeft zijn broer lange tijd niet serieus genomen.
Dat was de eerste ontdekking van een actieve bunkers alias atoomkelder.


Op een mooie, warme, lichtelijk overbevolkte zomerse dag, als de meisjes in blousjes over straat gaan en de jongens buitenshuis gitaarslagen oefenen in parken, was boer voor een tweede keer in de grote stad. Dit keer om naar een trouwerij van zijn zuster te gaan op het stadhuis. Nu is dat niks bijzonders en kun je elke dag naar een trouwerij op het stadhuis gaan, maar een van de ooms van de broers van de broer, was een medewerker op dit stadhuis. En omdat hij hoorde van de interesse van boer voor bunkers, had hij een geweldige verrassing in petto. Beneden in de kelder van dit stadhuis, bevond zich namelijk ook een actieve bunker. “ Voor het geval het eiland Y ons wil bombarderen”. Boer begreep niet precies waarom eiland Y de behoefte zou hebben, de grote stad te bombarderen, maar boer begreep wel meer niet.


“De bedden zijn gereserveerd voor alle vooraanstaanden, zoals de burgemeester, zijn wethouders, zijn volgelingen en ik. In totaal zijn er 4000 bedden en kunnen we hier met z’n allen veertig dagen overleven van de tachtigduizend opgeslagen blikken blikvoer die we hier” en hij wees door een heel klein schuifraampje “in deze keuken kunnen bereiden”.
En wat een geluk dat boer dit wist. Want enige dagen na zijn bezoek aan de grote stad, dreigde niet het eiland Y, maar het atoomschap Z, de grote stad aan te vallen. Boer begreep er niks van, maar is als de wiedeweerga naar de grote stad gereisd, heeft aangebeld bij een van de ooms van de broers van de broer, en gevraagd mee te kunnen naar de actieve bunker. Dat was goed. Niet veertig, maar twintig dagen konden ze onderblijven, want de burgemeester en zijn familie bleken een grote eetzucht te hebben. Bovendien waren ook de grachtengorgelaars aanwezig, en die hadden ontdekt dat je met blikken kon communiceren als je er een draad aan bevestigt, dus hadden zij de blikken opgekocht tegen de meegenomen waardigheden, want overal was aan gedacht.


Na twintig dagen kwamen ze boven. Nog nooit hadden ze zoveel lege ruimte gezien. Bovendien, overal was water. Hoe te reizen? Ze hadden geen boten, geen kaplaarzen en ook geen paraplu. Er zat niks anders op dan terug te keren naar de bunker. In de bunker kregen de mensen vreemde verschijnselen die voornamelijk zichtbaar werden bij nagels en haar. Het was een vreselijk gezicht.


Het gespiegeld Academisch Medisch Centrum was natuurlijk de oplossing, maar die bleek niet bereikbaar met de blikken. Er werd veel lasso geworpen, in eerste instantie. Later bleek dat men zich moest opofferen en dat de draad naar het ziekenhuis gebracht moest worden. Maar geen enkel reeds verminkt mens kwam verder dan zes kilometer, terwijl het ziekenhuis achttien kilometer verderop lag. Dus in een straal van zes kilometer lagen pakketjes verminkten, zowel van het Academisch Centrum als van het stadhuis.

Later bij archeologische opgravingen hebben mensen veel nagedacht over deze vorm van lasso werpen en de uiteindelijke conclusie was, dat deze “soort” mens, muizen at en deze in het blik verzamelde. Ook stonden ze bekend als zeer afzichtelijke en agressief. Dit vanwege de hoopjes verminkten. Hierbij werd gedacht dat de mensen elkaar op een bepaald punt om het leven brachten. Onder een van de overgeleverde documenten stond iets over een soort met een andere gezichtsstructuur en een eenzijdige verlamming aan de rechterzijde van de hersenkwab. Niet dat het boer was, maar toch.