In de tweedehandswinkel hier in N., lag een houten doos met glazen deksel. Erin lagen zeventien enorme vlinders. Uit Thailand las ik op een stukje karton dat in de bak lag. 1969. En eentje uit de jaren tachtig. In eerste instantie dacht ik dat ze waren vastgeplakt met groen plakband, maar dat waren mottenstripjes. De vlinders zelf waren enorm. Sommige vleugels hadden hun poedervormige kleur al aan het glas van de bak gegeven. Vleugels van fluweel. De vlinders waren vastgezet door een spelt door hun lijfje, maar omdat er kennelijk larven in de lijfjes hadden gezeten, waren een aantal lijfjes weggevroten en lagen de vleugels naast de spelt. Toen ik beter keek, zag ik dat er enorm veel larvenhulsjes in de bak lagen. 32.50 kost het. Ik zou er een tafeltje van kunnen maken. Of cadeau doen. Zoiets kon ik niet laten liggen, toch? Tijdens deze bedenken lag een unheimisch gevoel. Zeventien dode vlinders. In hun kist. Met larven. Hier, in de tweedehandswinkel. Mag dit eigenlijk wel? Mag je zo'n bak verkopen? Was het eigenlijk zielloos? Een dieptriest gegeven? Maar ook; breng je met zo'n bak, ellende in huis?


Meestal, als ik twijfel en zie dat een ander met een hebberige blik naar mijn vondst kijk, ren ik met mijn nieuw gevonden voorwerp naar de kassa. Nu zag ik dat de andere bezoekers helemaal niet geinteresseerd waren in deze bak. Ik had de bak tijdens mijn verwondering, speciaal op een meer zichtbare plek gezet. De andere bezoekers keken er net langs. Alsof het niks was. Toen ik afrekende (een zinloos houten dienblaadje waarvan ik verzonnen had dat het een orientaalse afkomst moest hebben en hoe goed die daar en daar zou kunnen staan, en een ijzeren vogel met enorm lange en grote poten, een cadeau) wilde ik iets zeggen tegen de verkoper. Iets. Vragen waar die vlinderbak vandaan kwam. En of dat wel mag, zoiets verkopen.

Inmiddels stond ik in de rij. De vrouw voor mij, op krukken en kennelijk niet mobiel en daardoor enorm traag aan het inpakken, vroeg de kassaman waar ze haar winkelmandje moest laten. De kassaman (een Frits van Egters op middelbare leeftijd als dat kan) zei tandenknarsend "Waar je het vandaan hebt gehaald, dat is niet meer dan logisch toch?"

"Jamaar m'n vriendin heeft 'm ergens vandaan gehaald."

"Nou, dan weet die vriendin waar zij het vandaan haalde. Daar dus. Je vriendin is zeker weg he?" Waarop de vrouw begint te krijsen naar haar vriendin. Ik durf Frits van Egters niks te vragen.
Maandag ga ik weer kijken. Of ze er nog zijn. De aangevroten vlinders.