vlinders
Iemand vond een citroenvlinder en zette die in een bakje van een mengsel: water, olijfolie en suiker. Ze keek hoe de vlinder dronk. Daar was een vlieg die de vlinder pakte en het mens werd boos. Zij had de vlinder tenslotte gevangen en niet om te doden. Ze probeerde die vlieg van de vlinder af te trekken, maar die had zich vastgezogen. Ze keek hoe die vlieg de vlinder leeg zoog.
Daarna legde ze de vlinder ten ruste in een bakje met water. daar werden de vleugels helemaal doorzichtig van. Alle lijntjes die het ding inelkaar hielden werden zichtbaar. Toch weer terug in het mengsel: olijfolie, suiker en water. Daar slurpte het beestje zichzelf weer vol.
Een eendagsvlinder was neergelegd in een plantenbak. Het mens haalde haar op. Ook deze vlinder zoog zich vol. De citroenvlinder zat aan de andere kant van het schaaltje te drinken. Ineens zag de eensdagvlinder haar. Ze riep ‘Heeee!’ Ze herkenden elkaar. Er onstond een innige omhelsing waarbij de lijfjes van de vlinders van hout bleken te zijn. De armen en benen waren touwtjes. Ze golfden met z’n tweeen door het water. Ineens was daar ook een eend. Die jaagde de mens weg.
Plots was daar een andere vogel. Die jaagde de mens ook weg. Er waren ook wat kevers. Groen met gele stippen en oranje met zwart gestreept. Daardoor twijfelde de mens, want weg te jagen waren ze niet. Die heeft ze toen met een aantal slagen verpulverd waarbij de schilletjes van de beesten bleven liggen.
Het mens vertelde haar zuster van deze ongelofelijk toevallige ontmoeting. Zelf dacht het mens nog diep na over waar die twee elkaar eerder ontmoet zouden kunnen hebben.
|