s' Nachts, Allemaal kleine bruine spinnetjes., krioelend door een zolderkamertje waar het niet donker en een beetje gezellig was. En daar was een poppetje. Een poppemeisje. Op het eerste gezicht zag ze er erg lief uit, al fluisterde het de godganze tijd allerlei verhalen in P's oor. Op een gegeven moment hield ze daar gelukkig ermee op. Op hetzelfde moment draaide een asbak, een groene, op een tafeltje in het rond en kwam steeds langzamer draaiend tot stilstand. P. vond het jammer. Dat het poppenmeisje ineens verdwenen was. Ik was verlost van een angst.


De spinnetjes hoorden bij het poppenmeisje en voegden zich bijelkaar en vormden zo een hert. Als hert bewogen ze zich voort over een balk in de niet donkere, beetje gezellige zolderkamer. Buiten, niet ver van een boom, had het popje vuilnis achtergelaten. Allerlei kleine mooie voorwerpen. Zoals een paraplu van porselein met als stof een japanse print. L. vond het ook mooi en nam 1 en ander mee.

Overdag. We zaten op een steiger bij het meer. Over de planken liepen heel veel kleine spinnetjes. Niet bruin maar zwart.

In de film Abel (Warmerdam) komen draaiende asbakken voor. Heel veel draaiende asbakken. Laatst herbekeken (Abel) en realiseerde me tijdens deze asbakkenscene dat hij (Warmerdam) dat stukje terug in de tijd/ omgekeerd monteerde.