MILCHKAFFEE 1


De werkloosheid onder voornamelijk jonge academici in Berlijn is groot. Achttien procent. En zo komt het dat veel jonge mensen de mogelijkheid hebben om tasjes milchkafe te drinken in een van de honderden cafeetjes met werklozen en studenten.
In Berlijn wordt de milchkafe in soepkommen geschonken. De soepkommen zijn zo groot dat als je een slokje neemt, je in de kom kijkt. Zo kan je achter een soepkom milchkafe bescherming zoeken. Bijvoorbeeld als je gesprekspartner je een moeilijke vraag stelt.


“Maar hoe zat dat nou? Je bent dus verliefd op dat meisje uit Keulen, maar je hebt wat met die ene uit Magdeburg die al een vriend heeft?’ en dan neem je een slokje uit de kom, waarbij, als je de kom in de goede hoek iets schuin houdt, je naar de ondervraagde kunt kijken, maar de ondervraagde jou even niet kan zien. Voor dat slokje kun je de tijd nemen. Met zulke soepkommen kun je namelijk geen grote slokken nemen, want het risico dat je dan de miclhkafe over je kin en kleren strooit is dan veel te groot. Dat zou een te abrupte storing in het gesprekspartnerschap opleveren. Dan weet de andere gesprekspartner van gekkigheid ook niet meer wat er moet gebeuren, want wat is erger in een café dan je gesprekspartner die niet uit een soepkom kan drinken en zichzelf met milchkafe bestrooit.

Dus die ene gesprekspartner neemt een paar kleine slokjes na het stellen van een benauwende vraag. De ondervraagde neemt als eerste antwoord ook een slokje. Enzo, bij deze vertroebeling der blikken, kan een ander onderwerp worden aanngesneden: “Wat zei je?” zegt die ander dan.”Ja inderdaad, ik geloof dat dat meisje met die vriend inderdaad een beetje verliefd op mij is”. Want als je elkaar niet kunt zien, kan het ook zijn dat je iets verkeerd verstaat of helemaal niet gehoord hebt.


En dus daarom schenken ze in Berlijn koffie in soepkommen.

Naast gesprekspartnergezelschappen bestaan er ook enkelgangers op zoek naar een gesprekspartner. In de meeste café’s zijn enkelgangers te vinden en zo nu en dan komt daaruit voort, dat de een de hand van de ander per ongeluk aangeraakt heeft (waarvan logischerwijs de soepkommen vaak de oorzaak zijn van zulkse per ongelukheden). En als dat eenmaal gebeurd is, kun je wandelingen maken, samen door de stad. Hand in hand, eerst wat ongemakkelijk, maar later makkelijker. En als het echt makkelijk gaat, gearmd. Na een eerst naaktelijke affaire kan het zover komen dat je besluit dat omarmd lopen nu wel is toegestaan.

Omarmd lopen gaat de meesten heel gemakkelijk af. Het is een van de onbegrijpelijke fenomenen van de natuur. Het zou kunnen dat mensen elkaar onbewust uitkiezen op omarmd-over-straat-lopen.

 

MILCHKAFFEE 2


Soms gaat het mis. Dan neemt de natuur een loopje met ons. Zo was er eens eentje van 2.10 meter die een 1.56 ontmoette. Ze hadden de Milchkaffee-soepkommensessie overleefd en bereikten het niveau waarbij je omarmd over straat mag gaan. De bijkomstigheid hier, was dat twee meter tien ver moest bukken, waardoor hij een scheef gegroeide ruggenwervel ontwikkelde.
Zij was op een dag aan het winkelen geslagen om een jas te kopen. Tot haar onsteltenis merkte ze dat de mouwen van alle jassen ongelijk waren. Na een ellenlange discussie met de verkoopster, trok de verkoopster haar meetlint uit de kast. Eerst mat ze de mouwen van de jassen. Na een half uur constateerde de verkoopster dat zij geen ongelijkheid kon waarnemen. Na een lange discussie stond de vrouw toe dat de verkoopster haar armen op zou meten. En jawel, de rechter arm bleek vijftien centimeter langer dan de andere. Eenmeterzesenvijftig heeft pas vele jaren later, ver na de dood van tweemetertien de meest waarschijnlijke conlusie getrokken.

Tweemetertien en eenmeterzesenvijftig hebben in het verre verleden ook kinderen gekregen. Het vreemde hieraan was, dat de eerstgeborene niet uitermate groot was, of uitermate scheef, nee, het had al bij de geboorte enorme grote voetjes. Later bleek ook: enorme dikke beentjes.  De meeste babies hebben dikke beentjes, dus het was moeilijk te zeggen of het grote voetjes en dikke beentjes had, of alleen grote voetjes. Maar de baby groeide, net als normale babies en toen bleken de dikke beentjes, toch dikke beentjes. Met enorme voetjes dus. Toen ze een volwassen vrouw was, stond ze eens voor de spiegel. Ze stond natuurlijk elke dag voor de spiegel, maar deze keer was heel bijzonder: ze keek naar zichzelf en zei tot zichzelf (er was niemand anders aanwezig namelijk) “ik lijk van onderen op een paard en van boven ben ik mens, en wel een vrouw”. En toen glimlachte ze naar zichzelf.


Ze heeft die ene keer voor de spiegel zichzelf veel meer dingen verteld en veel meer geglimlacht, maar met haar paard-vrouwmens waarneming was ze zo dik tevree (want wat is er mooier dan een levensechte verwijzing naar de Griekse mythologie te zijn) dat ze besloot dat ze hier meer mee moest doen.


Eerst heeft ze huis-aan-huis acties voor het Wereld natuur fonds gedaan. Het Wereldnatuurfonds, hadden net als zij, door dat mensen één van de vele dieren waren. En wat was er mooier dan als een menselijk voorbeeldexemplaar te fungeren. Ze moest langs de deuren om geld te leuren. Dat vond ze niet leuk. De baas van de huis-aan-huis groepjes mensen had nog een andere klus voor haar. “Dan kun je in de Norma supermarkt bij de ingang gaan staan en folders uitdelen”. In die tijd was het zomer en niet zomaar een zomer maar een hele warme zomer. In de zomer kon je korte rokjes dragen, maar zover was half paard half mens nog lange niet. Voor de spiegel staan en nemen wat er te zien is, conclusies trekken en actie ondernemen, is èèn ding. En dan komt er wellicht op een andere dag, weer zo’n helder inzicht. Het kort- rokjes-inzicht had ze nog niet gehad.


De folderactie in de Norma was voor de pandabeer die niet meer in zijn boom kon zitten. De eerste dag dat ze aan deze nieuwe klus begon, kreeg ze een vuilniszak toegereikt; het ‘kostuum’.  Dus naar de wc om het kostuum aan te trekken.
We zijn nog steeds in B., en het gemakkelijke aan B. is dat de café’s geacht worden, de handenwasruimte twee keer zo groot te maken als de wc-ruimte. Dus op de wc is het vrij krap, maar de handenwasruimte, daar kun je van kostuum wisselen als je dat wilt. Ten alle tijden, want de café-eigenaren mogen je niet weigeren. Niemand mag overigens in geheel Duitsland een ander het toilet weigeren. Tussen tien uur ‘s ochtends en tien ‘s avonds, kun je bij een willekeurig persoon aanbellen en naar de wc gaan. Als mensen zeggen dat dat niet mag, dan kun je de politie erbij halen. Die begeleiden je dan naar het toilet in deze woning. Als de toileteigenaar blijft weigeren, krijgt hij een fikse boete. Maar in de café’s is genoeg ruimte in de handenwasruimte.


Ze haalde het kostuum uit de zak en het bleek een pandaberenkostuum te zijn. Ze heeft daarna in haar leven nooit meer zoveel gezweet als toen. Ook omdat ze moest schreeuwen door de mond van de pandakop. En als ze stil zou blijven staan, reageerde niemand op haar, dus moest ze wel bewegen, al was het maar haar arm.


Ze zweette zelfs niet zo veel toen ze later bezweek voor een Griek, die ze ontmoette in een milchkafe café. Ze trouwden, gingen samen op vakantie naar Cyprus, waar het faliekant de mist in ging en zo ontbonden zij zich weer van elkaar. Want zo gaan die dingen. Wel besloot zij in Griekenland  te gaan wonen. Maar nooit zweette ze, zoals die keer in het pandapak voor de Norma supermarkt. Tot op de dag van vandaag, wanneer dat dan ook is, geeft ze rondleidingen in het Duits, Frans, Engels en Grieks aan toeristen in Athene.

Dan hadden tweemetertien en eenmetervijfenzestig nog een zoon. Daarover zou ik graag ook verslag hebben gedaan, maar helaas, dit bleek een uitermate normale zoon te zijn. Ben: eenmetertweeëntachtig.